Aanmelden om uw vraag te stellen of te reageren in ons forum.

afmeren aan eigen perceel

noort
Beginneling

Van generatie op generatie is een perceel inmiddels 100 jaar in familiebezit. Al die jaren is gebruik gemaakt van hetzij beroepsmatig, hetzij recreatief afmeren aan het eigen perceel [geen beschreven recht].Provincie komt nu met nieuw beleid waarin zij stelt dat de vaarweg aan een minimale breedte van vrije doorvaart moet voldoen. Ter hoogte van ons perceel voldoet de vaarweg niet aan deze eis dus moeten afgemeerde schepen verdwijnen. Gezien vanaf ons perceel ligt krap 100 meter verder een zeer grote woonark afgemeerd die middels verworven rechten in het verre verleden voorlopig niet van deze locatie zal verdwijnen en dit terwijl ter hoogte van dat schip de vaarweg nog aanzienlijk smaller is t.o.v ons perceel.Ook Provincie weet nog niet wat zij hier mee aan moet. Ook weer wat verder op/in de vaarweg ligt een heel lint van afgemeerde woonarken die op korte termijn niet verwijderd kunnen worden. Hierdoor voldoet de vaarweg daar ter plekke ook niet aan de nieuwe eis van Provincie,en wordt het effect van deze nieuwe regelgeving volledig teniet gedaan. Bezwaarschriften met bovengenoemde argumenten zijn tegen dit besluit ingediend maar zijn niet ontvankelijk verklaard.Dit roept bij mij de vraag op, moet ik als kleine prooi nu maar voldoen aan deze eis waarbij ook geen enkele vorm van schadevergoeding in het vooruitzicht wordt gesteld of kan ik mij nog beroepen op de wet gelijke behandeling?

up
2
Geplaatst op 03 februari 2012 om 18:23
vrouwe elske
Beginneling

Beste vraagsteller,
Helaas is het zo dat beleid kan veranderen en hierdoor mensen gedupeerd worden- lees-
benadeeld in hun vermogen. Water is gelijk aan grond, gronden, en deze kunnen middels
verjaring in zijn geheel of gedeeltelijk (erfdienstbaarheid) worden verkregen.

Van belang daarbij is of de eigenaar van het water u heeft gedoogd al die tijd en/of er
sprake is of kan zijn van een (stilzwijgende) overeenkomst.
In dat geval mag deze overeenkomst met inachtneming van een redelijke termijn worden opgezegd.

De zakelijk gerechtigde echter heeft meer in zijn mars en zal in ieder geval voor het verlies
van zijn eigendom gecompenseerd moeten worden.

Ook in het geval er een overeenkomst kan worden aangenomen kan het zo zijn dat de beslissing om
het beleid zo aan te passen dat gedupeerden onredelijk worden benadeeld, niet kan worden uitgevoerd
zonder enige vorm van compensatie, in dit geval een zelfstandig schadebesluit.

Als bezwaarschriften worden afgewimpeld met een niet ontvankelijkheid kunt u deze toch voorleggen aan
de bestuursrechter?

Als de provincie tenslotte het eigen nieuwe beleid stelselmatig en duurzaam niet handhaaft, kunt u een
beroep doen op het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel. (niet te verwarren met de wet die u noemde)

Succes!
mr. M. Martens-Ferwerda
"Vrouwe Elske"

up
2
Geplaatst op 16 februari 2012 om 17:02, Waarschuw de redactie
Le Coq
Helpdesk

Een extra aan te voeren punt kan nog zijn de verkrijging van een erfdienstbaarheid door verjaring. In dit geval een erfdienstbaarheid tot het hebben en gebruiken van een aanlegsteiger of aanlegplaats. Mógelijk kan ook hierop een beroep worden gedaan, nog voorafgaand aan een mogelijk stilzwijgend tot stand gekomen overeenkomst (Met welke inhoud? Opzegbaar? Voorts binden overeenkomsten contractpartijen, meestal geen rechtsopvolgers [erfgenamen, kopers, enz.] of percelen). Wat altijd nog subsidiair naar voren kan worden gebracht.

Het feit dat het water eigendom is van een publiekrechtelijke rechtspersoon (een gemeente of een provincie of een waterschap bijvoorbeeld), staat een erfdienstbaarheid niet in de weg.

Verkrijging van een erfdienstbaarheid door verjaring: 20 jaar (soms 10 jaar) onafgebroken ongestoord gebruik/bezit als "eigenaar" (heersend erf), waarbij de tijd van de eventuele rechtsvoorgangers (dat zijn de vorige eigenaars) meegeteld mag worden.

De provincie zal de problematiek waarschijnlijk zien als de opheffing van een parkeerplaats aan de openbare "weg". Een parkeerplaats aan de openbare "(provinciale) weg" wordt niet gemakkelijk een erfdienstbaarheid om er te "parkeren". Want dat belemmert de overheidstaak ten aanzien van het verkeer (ook dat te water) en het (water)wegbeheer.
Welk standpunt het zal winnen, is nog niet duidelijk, maar in ieder geval hoort de gemeente zich te houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. En in dit geval mag daar mijns inziens het actief meezoeken naar een goede oplossing bij horen. Kan de vaart ter plaatse niet iets verbreed worden (of het beleid "versmald")?

up
0
Geplaatst op 04 april 2012 om 16:17, Waarschuw de redactie
noort
Beginneling

Dank voor uw reactie.

Sinds 1982 is Provincie de vaarwegbeheerder.
Noch de voormalige beheerder noch de Provincie heeft ons ooit aangesproken/aangeschreven i.v.m een vereiste vergunning.
Dit kan mogelijk als gedogen worden gezien, maar of in het verlengde hiervan ook over verjaring kan worden gesproken?
Nu recent dus wel aangeschreven vanwege het nieuwe beleid, en moest een ontheffing worden aangevraagd.
Hierop volgde dus uit coulance een tijdelijke ontheffing tot eind 2012 vanwege de lange historie van afmeren.
Op mijn verzoek in het bezwaarschrift om de termijn van mijn [tijdelijke] ontheffing te verbinden aan de termijn dat genoemde woonarken nog in de vaarweg aanwezig zullen zijn is dus negatief beslist met het argument dat een woonark een andere functie heeft t.o.v een recreatievaartuig.
Maar zolang deze woonark[en] positie in nemen heeft het ruimen van mijn schip dus nog geen toegevoegde waarde.
De gang naar de rechter kan inderdaad benut worden zoals in de uitspraak op bezwaar wordt aangegeven, maar om nu als David tegen Goliath te gaan strijden heeft niet direct mijn voorkeur.
Provincie zal tot de hoogste instantie gaan om haar gelijk te krijgen waarbij geld geen rol speelt.
Voor de gewone burger zijn de financiele middelen wat minder ruim voorhanden.
Het gelijkheidsbeginsel is door een onafhankelijke adviescommissie ook al meegewogen bij de afhandeling van mijn bezwaren.

up
2
Geplaatst op 02 maart 2012 om 16:31, Waarschuw de redactie
noort
Beginneling

Beste Le Coq

Inderdaad lijkt de situatie op een verkregen recht door verjaring.
Al die [honderd] jaren van de vaarweg beheerder/s geen actie of reactie ontvangen m.b.t het innemen van de ligplaats, geen correspondentie verwijzend naar een verplichte vergunning/ontheffing met een daar aan gekoppeld huurcontract ter ondertekening aangeboden gekregen, tot nu voor kort dus.
Van Gemeente is in het verleden en nu recent geen correspondentie omtrent dit onderwerp ontvangen dus hier maak ik uit op dat zij in deze zaak geen partij is.
Er is een oplossing om de vaarweg ter plaatse te verbreden.
Dit vereist dus opoffering van eigen grond en het plaatsen van een nieuwe damwand, met het bijbehorende kostenplaatje.
Hierbij kan het probleem zich voor gaan doen dat een nieuwe eigenaar die geen affiniteit met boten heeft vervolgens geen vergunning meer krijgt om de geofferde grond weer aan het perceel toe te voegen.
Provincie past in feite zelf al een "versmalling" in haar beleid toe door de op korte afstand afgemeerde woonarken voor alsnog te gedogen,daar kan het dus wel.
Inmiddels is de termijn van beroep aantekenen tegen het besluit van Provincie verstreken.
Ik ga er dus van uit dat verdere protest acties zonder meer worden afgewezen.
Helaas.

up
1
Geplaatst op 07 april 2012 om 10:32, Waarschuw de redactie
Le Coq
Helpdesk

Vergunningen zijn een zaak van bestuursrecht (ook wel administratief echt genoemd). Erfdienstbaarheden zijn een zaak van burgerlijk recht (ook wel civiel recht genoemd).

Erfdienstbaarheden vervallen niet als die drukken op grond die "openbaar" eigendom is van een gemeente, provincie, waterschap, enz. Maar wel kan er een conflict ontstaan tussen de erfdienstbaarheid en de overheidstaak te zorgen voor een goede (water)weginrichting en verkeersafwikkeling (ook te water). Een recente uitzending van de Rijdende Rechter over een steeg met verkeersbord "voetpad" (RVV 1990, Bijlage 1, bord G7) in Weert maakte dat andermaal duidelijk.
In de zaak-Weert werd de oplossing gevonden in een verkeersbord waarmee bestuursrechtelijk aan een persoon ontheffing werd gegeven tot het rijden over een voetpad. Maar het blijft een compromis en vergunningen en verkeersborden zijn bovendien altijd maar tijdelijke oplossingen voor zolang als zij duren; erfdienstbaarheden daarentegen zijn in beginsel blijvend en zijn niet gebonden aan personen of autokentekens, maar aan percelen.

Ik ken uit de praktijk gevallen waarin mensen stroken van hun voortuintjes aan de gemeente verkochten voor wegverbreding, maar daar tevens als een erfdienstbaarheid bij bedongen dat er geen verkeersdrempel voor hun huis mocht komen. Ook hier is een conflict tussen bestuursrecht en burgerlijk recht. In hoeverre kunnen particulieren de gemeente tot in de eeuwigheid dwingen een weg op een bepaalde manier wel of niet ingericht te laten zijn? Ook als ruimtelijke ordening, verkeersafwikkeling en veiligheid daarom vragen? Van de andere kant is zo'n erfdienstbaarheid in beginsel wél geldig.

Het lijkt mij het vertstandigst dat je de eigenaar van het vaarwater vordert tot medewerking aan de inschrijving op het Kadaster van de door verjaring verkregen erfdienstbaarheid. Dan merk je zelf wel het antwoord. De vraag is of een parkeerplaats voor de deur (in dit geval voor boten), ook al bestaat die 100 jaar, wel tot een erfdienstbaarheid kan uitgroeien. Een parkeerplaats in een straat doet dat ook niet. Maar daar staat tegenover dat déze afmeerplaats een éigen afmeerplaats is, specifiek voor dat ene perceel. In een situatie die niet-bestuursrechtelijk en van oudsher is gegroeid en ontstaan en al sinds mensenheugenis bestaat. Dit is geen gewone "parkeerplaats". Dat het dienende erf (thans) overheidseigendom is, doet daarbij niet ter zake.
Wordt verweer gevoerd (of niet gereageerd), dan zal de rechter de knoop moeten doorhakken en beslissen of er wel of niet een erfdeinstbaarheid door verjaring is ontstaan, en zo ja met welke inhoud.
Ook is het belangrijk dat je - de bestuursrechtelijke kant van de zaak - bezwaar maakt tegen de plannen met het vaarwater.

Het belangrijkst is dat je een erkenning krijgt van de erfdienstbaarheid, eventueel via de rechter.

Het lijkt mij het verstandigst dat je dit via een advocaat doet (eventueel via je rechtsbijstandsverzekering). Een die goed thuis is in onroerendgoedrecht en bestuursrecht. Ook kan zo'n advocaat nuttig zijn als onderhandeld moet gaan worden over afkooop of wijziging van de erfdiensthaarheid, aanpassing van de afmeerplaats en/of een schadevergoeding.
Een schadevergoeding zoals die bijvoorbeeld ook aan de orde kan zijn bij onteigeningen. Naar analogie, want erfdienstbaarheden zijn niet te onteigenen. Wel kunnen erfdienstbaarheden door de rechter vervallen worden verklaard als zij minstens 20 jaar hebben bestaan en het algemeen belang erom vraagt (artikel 5:78 BW). Dan moet natuurlijk wel vaststaan dat die erfdienstbaarheid bestaat. Het is vanzelfsprekend dat degene die daardoor zijn erfdeinstbaarheid verliest, aanspraak kan maken op een schadevergoeding.

Subsidiair neem je het standpunt in dat je een - stilzwijgende - overeenkomst hebt op basis waarvan je gerechtigd bent af te meren. Opzegging van deze overeenkomst kan ook gepaard gaan met een schadeclaim.

up
2
Geplaatst op 11 april 2012 om 14:17, Waarschuw de redactie
noort
Beginneling

Beste Le Coq,

Dank voor uw uitgebreide toelichting.
U gaat niet in op mijn opmerking dat de termijn van [in dit geval] beroep aantekenen inmiddels is verstreken.
Mag ik daar uit opmaken dat ik op ieder moment nog een procedure m.b.t deze zaak kan opstarten?
Als dit zo is dan is het te overwegen nog wat energie in deze zaak te steken.

up
0
Geplaatst op 19 april 2012 om 10:29, Waarschuw de redactie
Aanmelden om uw vraag te stellen of te reageren in ons forum.