Artikel 6. Inleiding van de procedure
1. Nadat een aanvraag in handen is gesteld van de secretaris, vergewist deze zich ervan of beide partijen toestemmen in een bindend advies in het kader van het programma. Zo ja, dan wordt door de secretaris een overeenkomst opgesteld.
2. De overeenkomst bevat de volgende gegevens:
a. de naam en het adres van de eiser;
b. de naam en het adres van de verweerder;
c. een korte omschrijving van het conflict;
d. een korte omschrijving van de standpunten van partijen;
e. de vordering van de eiser en (eventueel) de tegenvordering van de verweerder, zoals bedoeld in artikel 7.
f. een verwijzing naar de toepasselijkheid van dit reglement.
3. Nadat een exemplaar van dit reglement aan beide partijen ter hand is gesteld en de overeenkomst door beide partijen is ondertekend neemt de procedure formeel een aanvang. De secretaris doet beide partijen een afschrift van de overeenkomst toekomen.
4. In geval van spoed kan een voorlopige, summiere overeenkomst worden opgesteld, die partijen bindt. Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing. Nadat de definitieve overeenkomst door beide partijen is ondertekend, treedt deze in de plaats van de voorlopige overeenkomst.
5. Beide partijen mogen een schriftelijke nadere toelichting indienen. Zij zenden kopieën van alle relevante en ter zake doende stukken naar de secretaris. De secretaris zendt na ontvangst onverwijld een kopie toe aan de tegenpartij. Alle stukken dienen minimaal vijf dagen voor de hoorzitting door de secretaris te zijn ontvangen. De secretaris kan in het belang van een goede procesorde besluiten een kortere termijn te gunnen.
6. Overlegging van verdere schriftelijke stukken voor of tijdens de hoorzitting is alleen toegestaan indien dit naar het oordeel van de Rijdende Rechter niet in strijd komt met de eisen van een behoorlijke procesorde, meer in het bijzonder het recht op hoor en wederhoor.

