Artikel 11. Vertegenwoordiging en bijstand

1. Partijen bepleiten in beginsel hun eigen zaak.
2. Minderjarigen en andere handelingsonbekwame personen dienen te worden vertegenwoordigd door hun wettelijke vertegenwoordiger. Rechtspersonen wijzen een vertegenwoordiger aan. De Rijdende Rechter kan ook overigens vertegenwoordiging en bijstand toestaan.