Artikel 10. De hoorzitting(en)
1. De Rijdende Rechter kan zitting houden op elke plaats, in of buiten Nederland, die hij daartoe geschikt acht.
2. De Rijdende Rechter leidt de hoorzitting.
3. De Rijdende Rechter geeft aan partijen de gelegenheid hun standpunten tijdens de hoorzitting toe te lichten. Indien de Rijdende Rechter dit nuttig oordeelt, kan hij zich voorafgaande of na afloop van de hoorzitting naar elke plaats begeven, om de situatie ter plaatse op te nemen.
4. Indien een partij, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de hoorzitting verschijnt, kan de behandeling van het conflict aldaar toch doorgang vinden.
5. De Rijdende Rechter kan behalve de partijen zelf, door partijen opgegeven getuigen, deskundigen en andere personen (als informant) ter zitting horen.

