Teeuwkens moet de doorvoer weer op zijn huisriool aansluiten. Indien nodig, moet Van Bergem daartoe medewerking verlenen.
Indien Teeuwkens niet binnen de hiervoor gestelde termijn geheel aan het voorgaande heeft voldaan heeft Van Bergem het recht om een aansluiting te maken van die gezamenlijke regenpijp op zijn eigen huisriool. De kosten daarvan dienen op vertoon van een deugdelijke factuur binnen vier weken na terhandstelling van de factuur (vervaldatum) door Teeuwkens aan Van Bergem te worden vergoed, bij gebreke waarvan daarover de wettelijke rente loopt vanaf de vervaldatum.
Teeuwkens dient binnen drie maanden na heden zijn in deze procedure bedoelde regenpijp, voor zover die boven de grond van Van Bergem loopt, te verwijderen. Indien Teeuwkens daaraan niet tijdig mocht hebben voldaan wordt Van Bergem gemachtigd om deze pijp zelf te (doen) verwijderen.
Voor recht wordt verklaard dat partijen jegens elkaar gehouden zijn mee te werken aan het oprichten van een deugdelijke schutting van maximaal 2 meter hoog, of zoveel minder als plaatselijk is toegestaan, op de erfscheiding achter hun huizen. Indien partijen daarover niet binnen drie maanden na heden tot overeenstemming zijn gekomen is ieder van hen gerechtigd om een dergelijke schutting op te richten en is de ander verplicht om de helft van de kosten daarvan, op vertoon van een deugdelijke factuur, binnen vier weken na terhandstelling van die factuur (vervaldatum) aan de eerste te vergoeden, bij gebreke waarvan daarover de wettelijke rente loopt vanaf de vervaldatum.
Voor recht wordt tevens verklaard dat Van Bergem zelf op eigen kosten de lekkage in het dak van zijn berging, alsmede de breuk in de rioolbuis in zijn achtertuin, moet verhelpen.
Dit bindend advies is gegeven door mr. F.M. Visser als rijdende rechter en uitgesproken te Zaandam op 7 juli 2009.
Bekijk de hele uitspraak in een document
Laat uw reactie achter