Van wie houdt papa het meest?
De heer Keulemans is na een beroerte opgenomen in het verpleeghuis. Anders dan veel van zijn lotgenoten, heeft hij niet te klagen over te weinig bezoek. Zijn drie kinderen, een zoon en twee dochters, bezoeken hem immers regelmatig. De zoon doet bovendien zijn financiële administratie.
Probleem is dat de kinderen ruzie maken. De jongste maakt de anderen steeds verwijten. Ze is ook wantrouwend, voor wat betreft de financiën. Vader vindt dat helemaal niet leuk. Hij lijdt er zichtbaar onder.
Daarop vragen zoon en oudste zus een bewindvoering aan bij de kantonrechter. Zodat zij officieel gemachtigd worden om de zaken van vader waar te nemen. Bovendien verzoeken zij om het mentorschap, dat betrekking heeft op de niet financiële zaken, zoals de verzorging.
Dat is tegen het zere been van de jongste, die zich buitenspel gezet voelt. Zij vindt het om te beginnen helemaal niet nodig, dat de kantonrechter een bewindvoerder en mentor benoemt. Maar als dat dan toch moet gebeuren, dan vindt zij zich zelf de beste kandidaat.
De kantonrechter besluit de heer Keulemans om diens mening te vragen. Samen met de griffier begeeft hij zich naar het verpleeghuis, waar hij mijnheer te spreken krijgt. Hoewel de communicatie moeizaam verloopt, begrijpt de kantonrechter dat betrokkene zelf geen keuze wil maken. ‘U moet het maar zeggen,’ maakt de oude heer duidelijk. ‘Ik houd van al mijn kinderen evenveel.’
Tja, daar zit de kantonrechter dan. Maar het doorhakken van knopen is nu eenmaal zijn wettelijke taak. Omdat samenwerking tussen de kinderen onmogelijk blijkt, zit er niets anders op dan te kiezen tussen de twee kampen. Gekozen wordt voor dat van de zoon en de oudste zus. Zoonlief deed de financiën immers al en kan bovendien goed overweg met zijn oudste zus.
De winnaars wordt wel op het hart gedrukt, dat zij hun teleurgestelde jongere zus behoorlijk op de hoogte moeten houden. Dat is geen loze kreet, want als ze dat niet doen kan de kantonrechter zijn beslissing terugdraaien.
Dan wint het andere kamp dus alsnog.

