Een sappige Wutburger
Ik ben al twee weken in Hamburg. Nee, niet voor vakantie, maar voor mijn werk. Hoe dat zo? Nederlandse rechters hebben toch niets te zoeken in het buitenland! In beginsel is dat inderdaad het geval. Hoewel de feitelijke grenzen binnen Europa grotendeels zijn komen weg te vallen, zijn de juridische grenzen onveranderd gebleven Elk land heeft zijn eigen wetten en zijn eigen rechters behouden.
Maar dat betekent niet, dat wij rechters binnen Europa niets met elkaar te maken hebben. Integendeel, het is juist de bedoeling dat wij nauw met elkaar samenwerken in grensoverschrijdende zaken. En daarvoor is het natuurlijk wel nodig, dat we elkaar leren kennen.
Daarom ben ik dus in Hamburg, waar ik te gast ben bij het lokale kantongerecht (Amtsgericht). Twee weken lang loop ik mee met de plaatselijke rechters. Ik lees de stukken, woon zittingen bij en discussieer mee. In het begin is met name de Duitse juridische taal niet gemakkelijk. Maar dat went snel. En grammaticale fouten worden me ruim vergeven.
Tussen de middag gaan we gezamenlijk lunchen. Vanwege de karige beloning, die Duitse rechters genieten, blijft dat vaak bij een bezoek aan een goedkope hamburgertent. De eerste keer dat ik daar kom, maak ik een hilarische taalfout. Ik heb op de televisie iets gehoord over een Wutburger (spreek uit: woetboerger) en vraag me hardop af, of die lekker is. Als de collega's zijn bijgekomen van het lachen, leggen ze me uit dat een Wutburger geen hamburger is. Nee, het woord Wutburger, betekent Boze Burger.
'Die hebben wij in Nederland ook,' roep ik verrast. 'Niemand weet wat je met ze aan moet! Ze zijn altijd boos, ook op ons rechters!'
Opeten is volgens de Duitse collega's in elk geval geen optie.
Daarom houden we het maar op een cheeseburger met frietjes.

