Een lastig parket!
Het echtpaar Vreugdenhil heeft nieuw parket laten leggen in hun woning. Het ziet er prachtig uit, zodat gelijk betaald is. Na een paar maanden komt de vloer echter op een paar plekken omhoog. Een legfoutje, of misschien deugt het hout wel niet, wie zal het zeggen. Maar dat het gemaakt moet worden, daar is iedereen het over eens. Het probleem is echter, dat de familie Vreugdenhil zich voor extra kosten geplaatst ziet. Alle meubels moeten immers de kamer weer uit en tijdelijk ergens anders worden opgeslagen. Een verhuizer rekent daarvoor al gauw een paar duizend euro, vandaar. Dat vindt de parketboer allemaal zwaar overdreven, laat hij weten. En als de Vreugdenhils er een zaak van willen maken, moeten ze zich maar melden bij de Klachtencommissie Parketmeester!
Het echtpaar Vreugdenhil heeft weinig fiducie in die klachtencommissie en stapt naar een advocaat. Die dagvaardt de parketboer voor de gewone rechtbank en eist daar de gewenste schadevergoeding, verhoogd met proceskosten!
De raadsman van de parketboer bedenkt daarop een processuele ‘truc’. Dat noemen we in vaktaal ‘een incident’. Deze jurist laat de rechtbank weten, dat de familie Vreugdenhil een fatale termijn heeft laten verlopen. Volgens de toepasselijke algemene voorwaarden hadden ze immers binnen een maand naar de rechtbank gemoeten. Welnu, er waren inmiddels meer dan zes weken verstreken…. Foutje, bedankt!
De kantonrechter maakt korte metten met dit verweer. De termijnstelling in de algemene voorwaarden wordt als niet geschreven beschouwd, omdat deze in strijd is met de wet. Het leggen van een door de parketboer geleverde parketvloer wordt juridisch immers aangemerkt als een ‘consumentenkoop’. En dat betekent dat de klant gewoon het recht heeft om schadevergoeding te eisen bij de gewone rechter. Dat recht mag hem niet in de kleine lettertjes worden ontnomen, noch door een termijnstelling worden belemmerd.
Kortom: de parketboer komt er niet onderuit. Hij moet met de billen bloot.
Hopelijk zitten er geen splinters in het parket!

