Een kostbaar gebrek
Een oude woning zonder luxe kan op zichzelf heel goed worden verhuurd. De huurder heeft geen recht op modernisering, zolang alles nog goed werkt en er redelijk netjes uitziet. Je kunt dus niet zomaar een nieuwe, luxe badkamer eisen, of een moderne keuken. Wie niet tevreden is met wat hij huurt, moet daarom maar een andere en waarschijnlijk duurdere woning zoeken. Er zijn echter grenzen.
Het volgende voorbeeld maakt dat duidelijk.
De familie Baas huurt al jarenlang een eengezinswoning aan de Zonnegaarde te Y. Ze betaalden altijd met frisse tegenzin de hoge gasrekeningen, omdat ze dachten, dat daar niks aan was te doen. En eerlijk gezegd zijn het nogal een koukleumen, dus stond de thermostaat vaak een graadje hoger. Maar goed, een buitenmedewerker van het gasbedrijf heeft ze kort geleden voorgerekend, dat ze over een periode van twee jaar een dikke tweeduizend euro teveel hebben betaald. Dat komt door de CV ketel, die maar liefst 30 jaar oud is! Het ding doet het weliswaar nog uitstekend, hetgeen een wonder mag heten, maar zuinig is hij niet. Integendeel, de ketel stookt zo onzuinig, dat een verstandig mens hem al lang had laten vervangen. Zo niet de verhuurder. Die ziet geen enkele reden om een goed werkende CV ketel te vervangen. Dat de huurders daar financieel voor opdraaien deert hem niet.
De huurders kunnen met deze gang van zaken niet leven en doen hun beklag bij de rechter. Die is het met hun eens. Een CV ketel van meer dan 30 jaar oud stookt naar huidige maatstaven zo onzuinig, dat dit als een ‘gebrek’ in de woning wordt aangemerkt. Daar hoefden de huurders geen rekening mee te houden, toen ze de woning gingen huren. Dus krijgen ze een schadevergoeding toegewezen. De verhuurder moet opdraaien voor de door zijn verouderde ketel onnodig veroorzaakte, extra stookkosten.
Waarschijnlijk wordt er nu snel een HR ketel geplaatst.

