Een bedorven broekpak
Mies Overmars heeft een schitterend broekpak gekocht. Dit ter gelegenheid van het huwelijk van haar nicht. Het is van een goudkleurige, glimmende stof gemaakt. Het kostte weliswaar maar liefst bijna € 1.200, maar dan had je ook wat! Na de bruiloft vindt ze het een goed idee, om het pak te laten stomen. Dat had ze beter niet kunnen doen, maar dat is napraten. In elk geval blijkt het broekpak na reiniging totaal bedorven. De kleur is vervaagd en de glans is verdwenen. Bovendien is het pak gekrompen en erg gekreukeld. Mies is zeer teleurgesteld.
De stomerij huilt met haar mee, maar is niet bereid om de schade te vergoeden. Het broekpak is immers conform het ingenaaide behandelingsetiket gereinigd. Dat het daar toch niet tegen kon, kon de stomerij niet weten! Kortom: een gevalletje overmacht, roept de handenwringende ondernemer.
Mies legt de zaak voor aan de Geschillencommissie Textielreiniging. Die onderwerpt het broekpak naar eigen zeggen aan een nauwgezet onderzoek. De Staalmeesters van Rembrandt zijn er -daarmee vergeleken- niets bij! De stof waarvan het pak gemaakt is, blijkt voor een deel uit metaaldraad te bestaan. Dat stond overigens al vermeld op het eveneens ingenaaide samenstellingetiket. Welnu, dáár is de stomerij volgens de commissie de mist ingegaan. Ze hadden moeten weten dat het reinigen van kledingstof, waarin metaaldraad is verwerkt, bijzonder risicovol is. Daarvoor had Mies dus gewaarschuwd moeten worden, zodat zij ervoor had kunnen kiezen dat pak maar niet te laten stomen.
Omdat de stomerij niet heeft gewaarschuwd, moet ze de schade betalen. Die is echter niet gelijk aan de aankoopprijs van het broekpak. De commissie weet immers, dat dergelijke feestkleding in de regel voor één speciale gelegenheid wordt aangeschaft. Dan is het redelijk daarop na die feestelijke gebeurtenis fors af te schrijven. Hoe fors? De commissie vindt 50% billijk.
De stomerij hoeft dus maar de helft van de aankoopprijs te vergoeden, wat neerkomt op een kleine € 600.
Het broekpak kan de vuilnisbak in.

